Motorrijden 2
Mijn motor bestaat niet meer. Al heel lang niet… Vorig jaar werd ie gestolen, vlak voor mijn deur. Ik was erg verdrietig. Het was niet alleen mijn motor, maar ook nog eens mijn vervoermiddel richting Amsterdam en weer naar huis natuurlijk. Ik voorkwam veel fileleed… voor mezelf dan. Soms veroorzaakte ik ook fileleed. Voor degenen die in de file stonden en waar ik gemoedelijk voorbij reed. Nooit te hard en altijd voorzichtig, maar toch. Er zijn automobilisten die daar niet mee om kunnen gaan.
Maar goed, ik heb dus geen motor meer. Als alleenstaande moeder met drie opgroeiende kinderen ligt de aankoop van een motor een beetje gevoelig. Er zijn altijd dingen die op financieel vlak prioriteit krijgen. En dus sta ik tegenwoordig bijna dagelijks in de file. Bij het wisselen van rijbaan let ik overigens altijd enorm goed op. Want eerlijk is eerlijk, er zijn collega-motorrijders die het wel heel erg bont maken. Ze rijden met een bloedgang tussen de praktisch stilstaande auto’s door en reageren zeer geirriteerd wanneer ze over het hoofd worden gezien. En dat gebeurt heel erg makkelijk, is mijn ervaring. Het overkomt ook mij regelmatig dat ik een aanstormende motorrijder in mijn spiegel mis. En ik let echt heel erg goed op. Onlangs gebeurde het me weer. De motormobilist reed snel, erg snel, ik stond praktisch stil en ik gaf te laat te kennen dat ik m gezien had. Ik schrok en hij/zij waarschijnlijk ook. Als dank kreeg ik een middelvinger. En dat maakte me boos. Het is soms razend moeilijk om het verkeer achter je in te schatten… en zeker met regen. Iedere motormobilist zou verplicht xc3xa9xc3xa9n maand per jaar het traject wat hij/zij normaliter op de motor aflegt, in een automobiel moeten doen. Pas dan weet je weer hoe onzichtbaar je op een motor bent, hoe kwetsbaar en hoe klein die kreukelzone van je motor is. Pas dan weet je dat het passeren van langzaamrijdende automobilisten geen recht is, maar gebasseert is op de goodwil van die automobilisten.
